woensdag 6 augustus 2014

Duurzame brandstofvisie - actieplan

Naar aanleiding van de eerdere berichten over de duurzame brandstofvisie volgt nu het afsluitende stuk. De conclusies van het SER traject worden samengevat in een actieplan:

Strategieontwikkeling en actieplan:

  • Zoek de voortrekkersrol in specifieke niches die groene groeikansen bieden en ondersteun de koploperprojecten.
  • Onderzoek in coalities wat de synergie kan zijn tussen de duurzame brandstoffenmix en smart grids, energieopslag en power-to-gas.
  • Richt stimuleringsbeleid op die bedrijven die in de toekomstige duurzame brandstoffen- en voertuigenmix een rol kunnen en willen spelen (de koplopers).
  • Prikkel bestaande sectoren zoals scheepsbouw, productie- en distributie van fossiele brandstoffen en biobrandstoffen om zich te richten op verduurzaming van de brandstoffen.
  • Werk visie en strategie verder uit in een actieplan.
Bronbeleid

  • Zet binnen EU-verband in op CO2-eisen aan voertuigen (vlootgemiddelden van autofabrikanten), die gebaseerd zijn op de 60% CO2-reductiedoelstelling in 2050.
  • Zet binnen EU-verband in op reductie van de broeikasgasemissies van de brandstofketen (bij voorkeur in de EU-richtlijn brandstofkwaliteit (FQD)) en herformulering van de EU-richtlijn hernieuwbare energie (post-doelstelling hernieuwbare energie in vervoer) na 2020, waarbij alle brandstoffen worden meegenomen, en waarbij de directe en indirecte broeikasgasemissies leidend zijn. Dit helpt om hernieuwbare energie in alle brandstofdeelmarkten te introduceren en is in lijn met de aanbevelingen van de commissie Corbey.
  • Zet in op nieuwverkopen van voertuigen in Nederland vanaf 2035 die zonder CO2-uitstoot uit de uitlaat kunnen rijden, en kijk ook hoe deze inzet in EU-verband kan worden gerealiseerd.
  • Zet voor de scheepvaart in op bijmengverplichtingvan duurzame biobrandstoffen of andere doelstelling hernieuwbare energie en agendeer de normering op CO2-emissies en methaanslip.
R&D en innovatie:
  • Ontwikkel en versterk marktintroductie- en marktontwikkelingsprogramma’s voor diverse vormen van elektrische aandrijving in personen- en vrachtverkeer, inclusief laad- en waterstoftankinfrastructuur en gerelateerde diensten, plus de aansluiting op het verdere energiesysteem.
  • Ontwikkel programma’s voor duurzame biobrandstoffenproductie via cascadering en bioraffinage.
  • Zet in op de ontwikkeling van de biobased-economy. De biobased-economy kan bijdragen aan de ontwikkeling van geavanceerde biobrandstoffen met een lage milieu-impact.
  • Ondersteun een proeftuin voor efficiencyverbetering voor de deep sea scheepvaart en voor de grootverbruikers in de short sea en de binnenvaart.
  • Ondersteun de innovatie, investerings-, en duurzaamheidsambities van de luchtvaartsector op het gebied van efficiencyverbetering en duurzame biobrandstoffen, vorm te geven via een verdere ontwikkeling van het Bioport Holland Concept.
Financiële stimulering (fiscaal of anderszins):
  • Zet binnen Nederland en binnen EU-verband in op een eerlijker CO2-afhankelijke stimulering voor voer-, vaar- en vliegtuigen en brandstoffen/-energiedragers, waarbij op langere termijn naar de hele keten wordt gekeken en niet slechts naar de eigenschappen van de vervoermiddelen. Maak hiervoor afspraken die langere tijd blijven gelden ten behoeve van financiële zekerheid.
  • Creëer een privaat-publiek infrastructuurfonds voor oplaadpunten voor batterij-elektrische voertuigen, waterstoftankstations en voor hernieuwbaar gas, en LNG-bunker-tankstations.
  • Stimuleer de overgang van bestaande schepen van scheepsdiesel naar LNG of duurzamere toepassingen en technieken.
  • Sluit een convenant voor de financiering van duurzame investeringen. 
Flankerend:

  • Ondersteun inkoopconsortia met aanbestedingskennis.
  • Ondersteun regionale initiatieven, leer van de ervaring en rol deze bij succes nationaal uit.
  • Stimuleer samenwerking en coalitievorming tussen bedrijven om hun groeipotentieel te versterken en om Nederland optimaal te presenteren in de voorhoede qua verduurzaming van mobiliteit.
Een aantal opmerkingen van mijn kant:
  • De focus op CO2-afhankelijke stimulering voor voertuigen werkt niet zolang de bepaling van de emissie van voertuigen sterk afwijkt van praktijkwaarden. Ook bij de opvolger van de huidige NEDC cyclus, WLTP, zal een dergelijke afwijking nog steeds optreden.
  • Inzet op nieuwverkopen van voertuigen in Nederland vanaf 2035 die zonder CO2-uitstoot uit de uitlaat kunnen rijden zal in de praktijk wel kostenverhogend werken, maar heeft niet per se een positief effect op de werkelijke emissie van CO2.
  • Het ontwikkelen en versterken van marktintroductie- en marktontwikkelingsprogramma’s voor diverse vormen van elektrische aandrijving, inclusief laad- en waterstoftankinfrastructuur en gerelateerde diensten, plus de aansluiting op het verdere energiesysteem is geldverspilling zolang deze technieken technisch niet in staat zijn door te breken in de markt.
  • Zet meer doelgericht in op stimulering van specifieke technieken in specifieke segmenten. PHEVs zijn met name geschikt voor particuliere autobezitters. Stimulering via de bijtellingsregeling werkt niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen