woensdag 20 mei 2015

Rekenkamer: stimulering (semi-)elektrische auto's is duur

De Rekenkamer heeft vandaag een uitgebreid rapport gepubliceerd over het kabinetsbeleid. Ten aanzien van verkeer en vervoer is specifiek het beleid ten aanzien van (semi-)elektrische voertuigen bekeken.

Samenvatting
Het Rijk stimuleert de verkoop van (semi-)elektrische auto’s hoofdzakelijk door kortingen op autobelastingen. Dit zijn relatief dure maatregelen. De kabinetsdoelstelling van 200.000 (semi-)elektrische auto’s in 2020 lijkt haalbaar. In verband met de export moet bovendien de verkoop van mogelijk 300.000 (semi-)elektrische auto’s fiscaal worden gestimuleerd om de doelstelling van 200.000 in 2020 te realiseren. Gelet op de ervaringen is de kans groot dat de doelstelling vooral zal worden gerealiseerd door grote hybride plug-in-auto’s die minder zuinig zijn. Alternatieve maatregelen om de verkoop van (semi-)elektrische auto’s te bevorderen zijn tot op heden niet uitgewerkt.

Dure maatregel
Met ruim een half miljard Euro is de lagere bijtelling voor zuinige auto's van de zaak verreweg de duurste maatregel. Het  Planbureau voor de Leefomgeving heeft in 2014 becijferd dat in 2013 het maximale fiscale voordeel voor een ondernemer in de inkomstenbelasting in vijf jaar tijd in theorie kon oplopen tot meer dan 40.000 euro voor de plug-in hybride Mitsubishi Outlander en tot circa 85.000 euro voor de volledig elektrische Tesla S Performance. In 2014 zijn deze bedragen gedaald naar 13.000 en 36.000 euro.

Voordelen komen vooral bij zakelijke rijders
Deze voordelen komen vooral in de zakelijke markt terecht. Volledig elektrische auto's worden voor 70% verkocht aan zakelijke rijders en dan nog 18% wordt ingezet bij verhuurbedrijven, importeurs en dealerbedrijven. Van de plug-in hybriden komt zelfs 78% terecht bij zakelijke rijders.

Beperkte milieuwinst
De werkelijke CO2-uitstoot van plug-in hybrides is in Nederland waarschijnlijk hoger dan uit de tests die worden uitgevoerd voor registratie blijkt. Dit zou kunnen betekenen dat het halen van de doelstelling van 200.000 (semi-)elektrische auto’s in 2020 slechts in beperkte mate milieuwinst zal opleveren.

Doelstelling
Het kabinet wil in 2020, 200.000 (semi-)elektrische auto’s op de Nederlandse wegen hebben. In totaal waren er eind 2014 43.762 (semi-)elektrische auto’s geregistreerd. De tussentijdse streefwaarde voor 2015 van 15.000 tot 20.000 (semi-)elektrische auto’s is hiermee ruim gehaald. Uit scenario’s van Policy Research blijkt dat ook 200.000 (semi-)elektrische auto’s in 2020 haalbaar moet zijn. Dit scenario is volgens anderen echter onrealistisch. Aumacon schat dat we op zo'n 155.000 blijven steken, ikzelf verwacht niet meer dan 110.000.

Veel grote plug-ins
De ministers van EZ en IenM hebben, toen zij de prognose van 200.000 (semi-)elektrische auto’s in 2020 opstelden, de snelle opmars van grote plug-ins niet voorzien. Eind 2014 stonden de (grote) Mitsubishi Outlander en Volvo V60 plug-in hybride op de eerste en tweede plaats van de geregistreerde (semi-)elektrische auto’s. Hiervan waren er 15.725 respectievelijk 9.707 verkocht. Naar verwachting zal het doel van 200.000 (semi )elektrische auto’s in 2020 vooral worden gehaald door de verkoop van dit soort grote plug-ins.

Export

Uit de evaluatie van de autogerelateerde belastingen komt naar voren dat het aantal fiscaal gestimuleerde auto’s dat na enkele jaren wordt geëxporteerd fors kan zijn. Het aantal auto’s waarvan de aankoop fiscaal wordt gestimuleerd om de doelstelling van 200.000 (semi )elektrische auto’s in 2020 te halen, ligt in de meer realistische scenario’s rond de 300.000. Van deze 300.000 auto’s zullen er dan tussen de 195.000 en 230.000 overblijven en op de Nederlandse wegen rijden. De rest wordt als tweedehands auto geëxporteerd. De lage CO2-uitstoot komt voor deze auto’s vanaf dat moment aan een ander land ten goede.
Behalve de vraag naar tweedehands (semi-)elektrische auto’s in het buitenland speelt hier ook mee dat de vraag naar tweedehands (semi-)elektrische auto’s op de Nederlandse particuliere markt beperkt is. Voor particulieren is een (semi-)elektrische auto, ondanks de lagere motorrijtuigenbelasting, duurder dan een vergelijkbare ‘gewone’ auto.

Alternatieve maatregelen niet overwogen
De minister van IenM heeft in mei 2014 toegezegd om na te gaan of er kosteneffectievere maatregelen voor CO2-reductie mogelijk zijn. In 2014 hebben de verantwoordelijke ministers nog niet overwogen om voor de stimulering andere dan fiscale maatregelen in te zetten. Recent zijn wel wijzigingen in het fiscale beleid voor 2016 voorgesteld. Deze wijzigingen betekenen een versobering ten opzichte van voorgaande jaren. Maar het gaat uitsluitend om aanpassingen binnen het fiscale kader.
In zijn brief ‘Keuzes voor een beter belastingstelsel’ geeft de staatssecretaris van Financiën wel aan in te willen zetten op aanscherping van Europees bronbeleid, omdat dit uit de evaluatie naar voren komt als zeer effectief, relatief efficiënt, weinig verstorend en goed uitvoerbaar.


Met dit rapport in zijn zak kan de Minister van IenM verder aan de slag met zijn autobrief met plannen voor de periode 2017-2020. Het streven om in te zetten op aanscherping van Europees bronbeleid (lagere gemiddeld CO2-uitstoot voor auto's) noemt hij in een reactie 'nog geen gelopen race'. Europese autofabrikanten lobbyen voor versoepeling van de voorgenomen aanscherping, omdat het invoeren van een nieuwe testprocedure ertoe leidt tot hogere (meer realistische) uitkomsten. De Rekenkamer heeft in een reactie benadrukt dat Europees bronbeleid alleen onvoldoende zal zijn om de doelstelling voor 2020 te halen. Nationaal beleid zal ook nodig zijn. In dat kader roept de Bovag op om het huidige fiscale beleid af te schaffen en te vervangen door een subsidieregeling.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen