Posts tonen met het label LPG. Alle posts tonen
Posts tonen met het label LPG. Alle posts tonen

vrijdag 17 april 2015

Oldtimers massaal van de weg

Op 14 april jl. heeft staatssecretaris Wiebes de Tweede Kamer in een brief geïnformeerd over de gevolgen van het besluit om sinds 1 januari 2014 motorrijtuigenbelasting (MRB), ook wel bekend als wegenbelasting, te gaan heffen op oldtimers jonger dan 40 jaar ('youngtimers'). Voor benzine-auto's van 25 tot 40 jaar geldt een speciale regeling met een laag tarief, maar zo'n regeling is er niet voor 'youngtimers' op LPG en diesel.

De gevolgen blijken veel groter te zijn dan oorspronkelijk verwacht. Oorspronkelijk was de verwachting dat 30% van de youngtimers van de weg zou gaan en 70% MRB zou gaan betalen. In de praktijk blijkt dat totaal anders. 
Het blijkt dat youngtimers massaal van de weg zijn gehaald, met name youngtimers op diesel en LPG.

Diesel
In 2013 waren er ruim 38.000 dieselauto’s uit 1975-1986 die gebruik maakten van de oldtimervrijstelling. Voor deze auto’s zou met ingang van 2014 in principe het volle MRB-tarief betaald moeten worden. Van deze 38.000 auto’s had in januari 2015 nog slechts 12.000 (32%) geen bijzondere status. De rest van de auto’s was geschorst (30%), geëxporteerd (27%), administratief gesloopt (8%) of had een andere bijzondere status (3%).
Voor 2.000 van de ruim 12.000 auto’s zonder bijzondere status werd geen MRB betaald, omdat ze deel uitmaakten van de bedrijfsvoorraad, of omdat er geen houder bekend was. Op 3.000 auto's was vervolgens nog een kwarttarief van toepassing (hoofdzakelijke kampeerauto’s) en een klein aantal is vrijgesteld (o.a. taxi’s). Alles bij elkaar wordt dus slechts over zo'n 7.000 diesels (18%) het volle MRB tarief betaald.

LPG
Op 1 juli 2013 waren er 23.000 LPG-auto’s uit 1975-1986 die gebruik maakten van de oldtimervrijstelling. Van deze 23.000 auto’s had in januari 2015 41% geen bijzondere status. De rest van de auto’s was geschorst (39%), geëxporteerd (11%), administratief gesloopt (6%) of had een andere bijzondere status (3%).
Voor de resterende 8.000 auto’s zou MRB betaald moeten worden. Om het hoge LPG-tarief te ontlopen is er bij LPG-auto’s de mogelijkheid om de LPG-tank te verwijderen en op benzine te gaan rijden en vervolgens al dan niet van de overgangsregeling gebruik te maken. Dit is op grote schaal gebeurd. Bij 49% van de 8.000 auto’s is de LPG-tank verwijderd en wordt gebruik gemaakt van de overgangsregeling voor benzineauto’s. Bij nog eens 5% is eveneens de tank verwijderd, maar wordt geen gebruik gemaakt van de overgangsregeling. Tot slot valt 8% onder een kwarttarief (hoofdzakelijke kampeerauto’s) of is volledig vrijgesteld (o.a. taxi’s). Uiteindelijk wordt voor slechts 3.000 (13%) van de 23.000 LPG-auto’s het volle tarief betaald.

Benzine
Bij benzineauto’s zijn de gedragseffecten het minst geweest. Naast het feit dat de MRB-tarieven voor benzineauto’s lager zijn dan de tarieven voor diesel- en LPG-auto’s, kon er ook gebruik gemaakt worden van de overgangsregeling. Hierdoor wordt de MRB beperkt tot € 120 per jaar.

Op 1 juli 2013 waren er 90.000 benzineauto’s uit 1975-1986 die gebruik maakten van de oldtimervrijstelling. Van deze 90.000 auto’s had in januari 2015 ruim 70.000 (77%) geen bijzondere status. De rest van de auto’s was geschorst (13%), geëxporteerd (5%), administratief gesloopt (4%) of had een andere bijzondere status (1%).
Voor 3.000 van de auto’s zonder bijzondere status werd geen MRB betaald omdat ze deel uitmaakten van de bedrijfsvoorraad of omdat er geen houder bekend was.

Voor de resterende ruim 67.000 auto’s zou MRB betaald moeten worden. Het merendeel (56.000) valt onder het overgangsrecht. Nog eens 2.000 auto’s vallen onder een kwarttarief (hoofdzakelijke kampeerauto’s) of is volledig vrijgesteld.

Tegenvallende opbrengst
Alles bij elkaar wordt duidelijk dat de opbrengst aan MRB door deze maatregel zeer gering is. Wiebes weet echter met enige creativiteit toch een geraamde opbrengst uit zijn hoed te toveren van € 137 miljoen. Dit doet hij door een schatting te maken van hoeveel auto's zijn ingeruild voor nieuwe auto's waar gewoon MRB voor moet worden betaald. Dat is volgens Auto Motor Klassiek in de oorspronkelijke ramingen echter niet gedaan. De staatssecretaris probeert de Tweede Kamer dus te misleiden door te goochelen met getallen.

Milieu-effecten
Ook bij de milieu-effecten kun je zo je vraagtekens zetten. Natuurlijk zijn nieuwe auto's schoner dan oude auto's. Maar auto's op LPG zijn schoner dan die op benzine. Als bij auto's op LPG de LPG tank massaal wordt verwijderd, dan levert dat juist meer milieubelasting op in plaats van minder.

dinsdag 3 februari 2015

CNG breekt door in 2014

Aumacon heeft inmiddels al weer een paar weken geleden cijfers gepubliceerd over de autoverkopen in Nederland. Deze cijfers zijn extra interessant omdat Aumacon ook aangeeft welke brandstoffen deze voertuigen gebruiken.

De grootste categorie blijft de traditionele benzineauto. Hiervan zijn er in 2014 248.796 verkocht. Dat is een daling van 6% ten opzichte van 2013. De benzineauto verliest dus een klein beetje terrein. De diesels deden het beter. In 2014 waren er hier van 105.102 verkocht. Dat is een plusje van 1,5%. Een stimulans voor diesels in 2014 was dat de bijtellingsregels voor diesel gelijk zijn getrokken met die van benzine-auto's. Die regels zijn gebaseerd op CO2-uitstoot en diesels stoten relatief weinig CO2 uit (maar relatief veel vervuilende stoffen).

De derde categorie in Nederland qua verkopen is de hybride auto (inclusief plug-in hybriden). Ik schreef gisteren al dat het aantal geregistreerde plug-ins nog steeds toeneemt, maar als je de verkopen in 2014 vergelijkt met topjaar 2013, dan is er toch een flinke daling met 38%.

Bij de LPG auto's is het beeld al niet beter. De verkoop van LPG voertuigen is met een daling van 53% ruim gehalveerd. LPG is op zijn retour als alternatieve brandstof, ondanks Europees beleid waarin LPG juist wordt gestimuleerd. Ook in het Energieakkoord werd er voor LPG nog een zonnige toekomst geschetst. Het probleem is dat het kabinet dit wel met de mond belijdt, maar fiscaal niet.

In 2014 werden er 2.982 volledig elektrische voertuigen verkocht. Dat is 14% meer dan in 2013. Elektrische auto's winnen dus langzaam aan populariteit.

Bij CNG/groen gas zien we dat 2014 een uitstekend jaar was. Er waren 3.232 CNG voertuigen geregistreerd. Dat is een stijging van ruim 500% ten opzichte van 2013. Hiermee is CNG de populairste alternatieve brandstof.

Voor de rest gebeurt er in Nederland weinig. Bij de opening van het eerste openbare waterstoftankstation was al bekend dat Rijkswaterstaat twee Hyundais had geleased. Daar is verder blijkbaar niets bijgekomen. De verkoop van auto's op ethanol is tot stilstand gekomen: er is er maar 1 verkocht tegen 17 vorig jaar. Dat wordt het dus niet in Nederland.

maandag 28 juli 2014

Visie verduurzaming gasvormige brandstoffen

In navolging op mijn bericht over de visie voor verduurzaming van vloeibare brandstoffen, in het kader van de duurzame brandstofvisie van de overheid en maatschappelijke organisaties, volgt hier een bericht over de visie met betrekking tot gasvormige brandstoffen. De focus ligt hierbij op LPG en CNG, inclusief duurzame varianten hiervan. LNG is in de visie wel besproken, maar is minder geschikt voor lichte voertuigen, waardoor ik hier in mijn blog niet verder op in zal gaan. Over het ook gasvormige waterstof volgt nog een bericht.

LPG en CNG gebruiken technisch sterk gelijkende systemen: brandstofinjectie, drukreductie, leidingen. CNG bestaat overwegend uit methaan en wordt onder hoge druk (200 bar) opgeslagen. LPG (propaan/butaan) is al vloeibaar onder lage druk. Hierdoor verschillen de opslagtanks en bijbehorende tankstations.

In de transportwereld worden gasvormige brandstoffen in principe in Ottomotoren toegepast (uitzondering dual fuel, dat zijn Dieselmotoren), waardoor zij weinig luchtverontreinigende stoffen (NOx, fijnstof en CO) uitstoten. Door het lage koolstofgehalte van de gasvormige brandstoffen is de CO2-uitstoot van gasmotoren relatief laag. De benodigde technische aanpassingen aan de basis van Ottomotoren zijn klein, waardoor de voertuigmeerkosten voor de toepassing van de gassen relatief laag zijn. De toepassing van niet-fossiele varianten (biomethaan, bio-propaan) is motortechnisch geen probleem en biedt daardoor de mogelijkheid om de groene varianten van de gasvormige brandstoffen tot 100% puur in te zetten. Meerkosten betreffen vooral de opslag van de gassen onder hoge druk (CNG).

LPG
LPG is een gevestigde brandstof in Nederland. Er is een uitgebreide infrastructuur met 1.900 tankstations. Het aantal LPG-voertuigen in Europa (incl. Turkije en Oekraïne) groeit en bedraagt meer dan 12 miljoen. LPG is in Europa in meer dan 41.000 tankstations verkrijgbaar. Ons land was ooit een gidsland voor deze toepassing, maar het gebruik ervan is teruggelopen van zo’n 700.000 auto’s in topdagen (destijds 12% van het autopark) naar ca. 200.000 vandaag (3%). Redenen voor de terugloop zijn onder meer de opkomst van dieselauto’s, de externe veiligheidsdiscussies na de Enschedese vuurwerkramp en het stimuleringsbeleid ten gunste van o.a. elektrische- en hybride voertuigen van de overheid. Ook de accijnsverhogingen van de laatste jaren zijn nadelig voor de marktpositie. LPG staat in Europese brandstoffenmixverkenningen goed op de kaart: zo stelde de European Expert Group, die is opgericht door de Europese Commissie, in haar rapport in januari 2011 dat in 2020 het aandeel LPG-autogas in de totale brandstoffenmix in Europa zou kunnen stijgen van 3 naar 10%.

Tot nu toe is weinig “groen” LPG beschikbaar, maar er bestaan mogelijkheden om ook LPG toekomstbestendig te maken. Twee realistische opties zijn:
  1. Productie van bio-propaan. Dit kan op verschillende manieren. De hernieuwbare dieselfabriek van Neste Oil in Rotterdam produceert 55.000 ton bio-propaan per jaar als bijproduct. Dit is ca. 20% van huidige LPG-vraag in transport in Nederland. Dit bio-propaan wordt nu verbrand voor elektriciteitsopwekking maar kan ook in de transportsector worden ingezet.
  2. Productie van bio-DME. De eigenschappen hiervan komen dichtbij LPG, zodat dit bijgemengd kan worden tot maximaal 20%. Bio-DME kan ook in pure vorm worden gebruikt in dieselmotoren, maar dat vraagt dedicated voertuigen; enkele truckfabrikanten hebben die ontwikkeld en beproefd maar marktintroductie is uitgebleven.
CNG
In Nederland rijden ca. 7.000 aardgasvoertuigen (waarvan 1/10e OV-bussen), die gebruik maken van 130 tankstations. Wereldwijd bedraagt het aantal CNG-voertuigen meer dan 16 miljoen, overwegend buiten Europa. In Europa zijn Italië, Duitsland en Zweden toonaangevende landen. Autofabrikanten uit die landen hebben dan ook het voortouw bij levering van voertuigen in Nederland. De genoemde European Expert Group stelt aardgas, zowel fossiel als uit biogas, een plaats heeft in de brandstoffenmix op korte, middellange en lange termijn. De voertuigtechniek is volwassen en betaalbaar en het dichte netwerk van aardgasleidingen maakt een snelle uitbouw van het CNG-tanknetwerk mogelijk. Net als LPG is ook CNG afhankelijk van het stimuleringsbeleid van de overheid en van fiscale sturing van de energiebelasting op CNG.

Groengas wordt gemaakt door biogas (uit vergisting en toekomstig uit vergassing van houtige biomassa) op te werken tot aardgaskwaliteit en in het gasnet te brengen; de producent verkrijgt dan groengascertificaten die hij kan verkopen aan o.a. exploitanten van CNG-tankstations. Feitelijk wordt er veel Slochterengas getankt; het groengas is elders in het gasnet geïnjecteerd en verdund in het net. De sector werkt op dit moment aan de invulling van het in 2011 gesloten convenant en heeft de ambitie om in 2015 100% groengas aan de pomp te leveren. In principe kan groengas ook direct uit een vergistings-/opwerkingsinstallatie naar een tankstation worden gedistribueerd door een afzonderlijke leiding. Dit komt in Nederland echter vrijwel niet voor, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Zweden en Duitsland.

Een actuele ontwikkeling is de methaanproductie uit CO2 en waterstof, waarbij het waterstof met tijdelijke overschotten van hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt (“power-to-gas”). De eerste fabriek is met succes operationeel in Duitsland. Power-to-gas methaanproductie breidt het potentieel van groengas uit, zeker als naast CO2 uit vergisting ook CO2 van fossiele oorsprong wordt ingezet. De beschikbaarheid van hernieuwbare elektriciteit voor power-to-gas zal toenemen naarmate er meer windmolens en PV-installaties komen. Belangrijk in deze is ook de mogelijkheid tot buffering van duurzame energie in het bestaande gasnetwerk. Deze buffering is van wezenlijk belang bij de overgang naar steeds meer duurzame energie afkomstig uit zonne- en windenergie. De opslag van gas in het bestaande gasnetwerk biedt veel potentie. Het opslaan van waterstof is energetisch efficiënter dan de opslag van methaan, maar alleen via de methaanroute is het zeker dat hoge concentraties duurzaam gas in het bestaande gasnetwerk kunnen worden gebalanceerd. Recente studies geven aan dat maximaal 2 volume-% duurzaam opgewekt waterstof in het bestaande gasnetwerk toelaatbaar is. Bij opwekking van duurzaam methaan zijn veel hogere bufferpotentiëlen in het gasnet mogelijk: genoeg buffercapaciteit om enkele maanden aan energievoorziening voor Nederland te bufferen.

Vanwege de verwachte groei van het gebruik van CNG is de verwachting dat na 2023 niet meer zoals nu vrijwel al het gebruikte CNG groen zal zijn, tenzij de overheid hier sterk op inzet. De beschikbaarheid van biomassa is voor alle biobrandstoffen een mogelijke beperking, maar kan voor groen gas worden vermeden door in te zetten op power-to-gas.

Prijsontwikkeling
In een studie van de prijsontwikkeling worden voor 2030 aanzienlijke prijsstijgingen verwacht van de prijzen van benzine en diesel in tegenstelling tot de prijs van aardgas, omdat dit wereldwijd de komende decennia nog voldoende beschikbaar is. De prijs van LPG zal hier ergens tussenin zitten. Elektriciteit is relatief duur, maar doordat dit efficient in voertuigen wordt toegepast, zijn de kosten per kilometer het laagste. De prijs van waterstof zal vergelijkbaar zijn met die van benzine en diesel.

Verwachting
In de ontwikkelde visie wordt verwacht dat zowel CNG als LPG richting 2030 marktaandeel zullen winnen ten koste van de in prijs stijgende benzine en diesel. Voor LPG is dit opvallend, omdat het gebruik nu nog daalt. CNG en LPG zullen in dezelfde voertuigklassen worden ingezet, inclusief lichte voertuigen, zoals personenwagens. Een uitzondering is busvervoer, waar in het stads- en streekvervoer vooral kansen worden geacht voor CNG. In welke mate beide brandstoffen populairder zullen worden zal sterk afhangen van het succes van concurrerende technieken als electrisch rijden en waterstof brandstofcelvoertuigen.

De kosteneffectiviteit van CO2-reductie door inzet van gasvormige brandstoffen is volgens de berekeningen in het visiedocument zeer gunstig, niet alleen ten opzichte van de stimulans voor zuinige auto’s (die volgens de rekenkamer in de periode 2007-2013 gemiddeld €1.000 per ton CO2 heeft gekost), maar vanaf 2025-2030 ook ten opzichte van de huidige CO2-handelsprijs.

Opinie
Persoonlijk acht ik de genoemde verwachting met betrekking tot LPG onrealistisch. Als zowel LPG als CNG beschikbaar zijn, legt LPG het in de praktijk af tegen het goedkopere CNG. Hoewel er wereldwijd onmiskenbaar groei zal zijn, is mijn verwachting dat die groei zich vooral zal concentreren in gebieden waar CNG niet beschikbaar is, bijvoorbeeld door het ontbreken van een goed distributienet voor aardgas.

Op de korte termijn is de huidige groei van het gebruik van CNG vooral afhankelijk van het fiscale beleid. De ingezette stapsgewijze verhoging van de energiebelasting op CNG kan de groei tijdelijk doen stagneren als de overheid niet (zoals ik zelf verwacht) een verdere versobering doorvoert van de stimulering voor stekker-hybriden. Op termijn lijkt de toekomst van CNG echter rooskleurig. Als de wereldwijde economie aantrekt zal de groeiende vraag naar mobiliteit grotendeels door CNG moeten worden ingevuld, vanwege de beperkte beschikbaarheid van andere brandstoffen.

zaterdag 26 juli 2014

Groen gas populair in 2014

AUMACON verwacht dat de verkopen van nieuwe groen gas (CNG) voertuigen in Nederland in 2014 die van LPG en EVs zal passeren. Volgens de prognose van Aumacon zal de verkoop van groen gas voertuigen toenemen van 530 in 2013 tot 2.500 in 2014. Een toename van maar liefst 372%.

De verkopen in 2013 en verwachting voor 2014 in tabelvorm:

Brandstof                               Verkopen 2013         Prognose 2014              +/-

benzine                                      264.586                  277.000        +4,7% 
diesel                                         103.557                    92.000       -11,2% 
hybride (incl. PHEV en E-REV)      43.335                     40.000        -7.7% 
Electrisch                                      2.619                       2.000       -23,6% 
LPG (af-fabriek)                              2.081                       1.500       -27.9% 
CNG / groen gas                               530                       2.500       +372% 
overig                                                18                             0         -100%
Totaal                                        416.726                    415.000         -0.4% 

Hoewel Aumacon geen redenen geeft voor de verschuiving naar groen gas, lijkt het versoberen van de bijtellingsregeling voor electrische en plug-in voertuigen, gecombineerd met stijgende accijns op benzine, diesel en LPG voor een doorbraak te zorgen. Daarnaast zal ook de recente opening van een groot aantal groen gas tankstations en de beschikbaarheid van vele nieuwe modellen voertuigen een rol spelen. Volgens bronnen die ik ken uit het veld is met name de Audi A3 G-Tron een populaire nieuwkomer.
Het succes van de verkopen van groen gas voertuigen biedt een uitweg voor tankstationhouders die te kampen hebben met teruglopende afzet van benzine, diesel en LPG.
Ook de hybride voertuigen, inclusief plug-ins hebben met een terugval te maken door de versoberde bijtellingsregeling. Toch blijven de verkopen hiervan redelijk op peil. 

Sancties

Sinds vorige week overheerst in Nederland het nieuws over het neerschieten van vlucht MH17. Op het eerste gezicht niet iets voor mijn blog. Maar nu wordt er ook volop gesproken over sancties. En als we ons realiseren dat Rusland vooral energie (olie en gas) naar Nederland exporteert, dan wordt al gauw duidelijk dat er ook een link is met het gebruik van autobrandstoffen. Olie wordt in Rotterdam omgezet in benzine, diesel en LPG. Gas kan gebruikt worden in CNG voertuigen.
Nu is het niet de verwachting dat we Rusland op die gebieden meteen volledig zullen boycotten, maar het moge duidelijk zijn dat de economische consequenties desastreus kunnen zijn als we niet gaan werken aan een transitie om minder afhankelijk te zijn van olie en gas. Dat betekent dat we extra moeten inzetten op het zuiniger maken van nieuwe voertuigen en het gebruik van electrische voertuigen. In plaats van gewoon aardgas wordt in Nederland in voertuigen al groen gas gebruikt, maar in andere landen (bijvoorbeeld Duitsland) wordt er van biogas nog steeds vooral electriciteit gemaakt. Dat zal toch anders moeten, want voor opwekking van electriciteit bestaan voldoende andere alternatieven.